ECLI:NL:CRVB:2017:1287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens onvoldoende medische onderbouwing arbeidsbeperkingen
Appellant was werkzaam als assistent operator en meldde zich ziek wegens rugklachten vanaf 10 september 2014. Hij ontving daarop een Ziektewetuitkering, maar het UWV besloot per 26 januari 2015 het recht op ziekengeld te beëindigen. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn klachten nog hevig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep zijn standpunt handhaafde en aanvullende medische stukken overlegde. De Raad toetste het medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die appellant onderzocht en dossiers bestudeerde, inclusief informatie van huisarts en fysiotherapeut.
De Raad concludeerde dat de medische informatie op de datum in geding (26 januari 2015) geen aanwijzingen gaf voor relevante arbeidsbeperkingen door rugklachten. Latere medische informatie over een rughernia en neurochirurgisch advies was niet relevant voor die datum. Daarom faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld per 26 januari 2015 komt te vervallen.