ECLI:NL:CRVB:2017:1282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens ontbreken verzekering op datum ziekte
Appellant was werkzaam als stuwadoor op basis van een nulurencontract tot 30 september 2013 en onderging op 12 november 2013 een operatie wegens hartritmestoornissen. Na complicaties ontstonden ernstige klachten, waarna appellant een ziekengelduitkering aanvroeg. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 31 oktober 2013 niet meer verzekerd was en daarom geen recht had op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij al eerder ziek was en dat de medische beoordeling onzorgvuldig was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapporten en ingebrachte stukken geen aanleiding gaven voor een ander oordeel. De verzekeringsarts stelde dat de ongeschiktheid tot werken pas begon op 11 november 2013, de datum van ziekenhuisopname.
De Raad bevestigde dat appellant sinds 2009 bekend was met boezemfibrilleren, maar dat hij tot september 2013 zijn werk bleef verrichten. De medische rapportage was consistent en overtuigend. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op ziekengeld omdat hij op de relevante datum niet meer verzekerd was volgens de Ziektewet.