ECLI:NL:CRVB:2017:1279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet verschijnen op gesprek
Appellant diende op 16 februari 2015 een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet. Hij werd uitgenodigd voor een gesprek op 23 maart 2015, waar hij niet verscheen. Vervolgens werd hij opnieuw uitgenodigd voor een gesprek op 25 maart 2015 met de waarschuwing dat bij niet verschijnen de aanvraag niet in behandeling zou worden genomen. Appellant verscheen ook niet op deze tweede afspraak zonder bericht van verhindering.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af op grond van schending van de medewerkingsverplichting en de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde aan dat hij op 31 maart 2015 telefonisch contact had opgenomen om alsnog een afspraak te maken en de benodigde inlichtingen te verstrekken. De Raad oordeelde echter dat het college redelijkerwijs mocht verlangen dat de informatie op het door het college bepaalde moment werd verstrekt. Door niet te verschijnen op 25 maart 2015 ontnam appellant het college de gelegenheid om de inlichtingen te verkrijgen en te verifiëren.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd afgewezen omdat appellant niet op de verplichte afspraak verscheen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.