ECLI:NL:CRVB:2017:1145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag AWBZ-zorg voor persoonlijke verzorging en begeleiding
Appellante, met psychische en somatische beperkingen, verzocht in juli 2014 om indicatie voor Persoonlijke Verzorging, Verpleging, Begeleiding en Behandeling op grond van de AWBZ. Het CIZ wees de aanvraag in augustus 2014 af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de reeds ontvangen en nog te ontvangen behandelingen onder de Zorgverzekeringswet vallen en voorliggend zijn op AWBZ-zorg.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet zelfstandig haar persoonlijke verzorging kan verrichten en hulp nodig heeft bij medicatie-inname, begeleiding bij dagelijkse activiteiten en behandeling ter voorkoming van verergering van haar aandoeningen. Tevens stelde zij zich op het standpunt dat zij recht heeft op AWBZ-zorg op grond van een toezegging tijdens een intakegesprek.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat de medische adviezen en behandelingen adequaat zijn en verbetering kunnen bieden. De Raad wees het beroep op het vertrouwensbeginsel af wegens gebrek aan concrete toezeggingen. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een nieuwe aanvraag bij het bevoegde bestuursorgaan indien de situatie wijzigt.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag AWBZ-zorg bevestigd.