ECLI:NL:CRVB:2017:1118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor cursuskosten wegens onvoldoende noodzaak aangetoond
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een cursus die hem uitzicht bood op een baan bij een bedrijf. Het college wees de aanvraag af omdat de noodzaak van de kosten niet was vastgesteld. Appellant maakte bezwaar, maar verscheen niet op de hoorzitting vanwege een foutieve adressering. De rechtbank oordeelde dat appellant niet benadeeld was omdat hij voldoende gelegenheid had gehad om de noodzaak aan te tonen, wat hij niet deed.
In hoger beroep stelde appellant dat hij door het ontbreken van de hoorzitting is benadeeld, omdat het baanaanbod op dat moment nog bestond, maar later niet meer. De Raad oordeelde dat de situatie bij de aanvraag bepalend is en dat appellant alsnog de noodzaak had moeten aantonen. Verder gaf appellant onvoldoende informatie over de cursus en de betrokken personen.
De Raad bevestigde dat appellant niet benadeeld is door het ontbreken van de hoorzitting en dat het college terecht de aanvraag afwees. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor cursuskosten wordt afgewezen vanwege onvoldoende aantoonbare noodzaak.