ECLI:NL:CRVB:2017:1113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag wegens niet tijdig aanleveren stukken
Appellant vroeg op 31 augustus 2015 bijstand aan en ontving een checklist met bewijsstukken die uiterlijk 28 september 2015 moesten worden aangeleverd. Na een uitnodiging voor een gesprek op 19 oktober 2015 leverde appellant niet alle gevraagde documenten in. Het college stuurde daarop op 4 november 2015 een aangetekende brief met een hersteltermijn tot 18 november 2015. Appellant leverde de stukken niet tijdig aan.
Het college stelde de aanvraag op 20 november 2015 buiten behandeling en vorderde verstrekte voorschotten terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de beslistermijn niet was opgeschort en dat hij de brief niet had hoeven ophalen, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad oordeelde dat de brief van 28 september 2015 een geldige opschorting van de beslistermijn vormde, waardoor de brief van 4 november binnen de termijn viel. Het niet ophalen van de aangetekende brief was voor risico van appellant. De stukken werden niet tijdig aangeleverd, waardoor het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijstand is buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde stukken binnen de hersteltermijn, en het hoger beroep is afgewezen.