ECLI:NL:CRVB:2017:1010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motiveringsgebrek bij toekenning LFNP-functie aan politieambtenaar
De zaak betreft een hoger beroep van de korpschef van politie tegen eerdere uitspraken van de rechtbank Gelderland over de toekenning van een LFNP-functie aan een politieambtenaar. De korpschef had de functie van Basis Informatie Coördinator, gewaardeerd in salarisschaal 7, als uitgangspositie vastgesteld na functieonderhoud en vervolgens de LFNP-functie Generalist Intelligence toegekend, eveneens in salarisschaal 7.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd omdat niet duidelijk was of de functiewaardering opnieuw had plaatsgevonden na wijziging van de functiebeschrijving. De korpschef heeft daarop een aanvullende motivering gegeven, maar de rechtbank bleef bij vernietiging van het besluit wegens motiveringsgebrek.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de korpschef terecht een bestaande korpsfunctie heeft toegepast als uitgangspunt en dat er geen noodzaak was tot herwaardering van de functie. Hierdoor is er geen sprake van een motiveringsgebrek. De eerdere uitspraken worden vernietigd en het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma namens de Centrale Raad van Beroep op 9 maart 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de LFNP-functie wordt ongegrond verklaard en eerdere uitspraken worden vernietigd.