ECLI:NL:CRVB:2017:1007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.T. van den Corput
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim zonder voorafgaande afstemming met afdeling Voorlichting
Appellant, sinds 1 juli 2011 in vaste dienst bij de gemeente Den Haag, werd op 31 maart 2015 door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag gestraft met voorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim. Dit volgde op een eerdere schriftelijke waarschuwing van 26 juni 2014, omdat appellant zonder voorafgaande afstemming met de afdeling Voorlichting informatie aan de pers had verstrekt over een fraudebestrijdingssysteem van de gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was tot het opleggen van de disciplinaire maatregel. De rechtbank vond dat appellant zich niet als een goed ambtenaar had gedragen en dat de straf niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en de mogelijke reputatieschade voor de gemeente.
In hoger beroep heeft appellant zijn bezwaren herhaald en schadevergoeding gevorderd wegens beschadiging van zijn eigendomspositie ten aanzien van het systeem. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, omdat geen sprake was van een onrechtmatig besluit of gelijk te stellen handeling. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijk ontslag bevestigd.