Uitspraak
OVERWEGINGEN
17 februari 2015 een rapport opgemaakt. Bij het rapport is de verklaring van de hoofdbewoner gevoegd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante kreeg studiefinanciering toegekend als uitwonende studente voor de jaren 2013 tot en met 2015. De minister voerde een onderzoek uit naar haar woonsituatie, waarbij bleek dat zij niet daadwerkelijk op het brp-adres woonde, maar slechts enkele keren per week overnachtte. Op basis hiervan werd de studiefinanciering herzien en het te veel betaalde bedrag teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de controleurs niet bevoegd waren en dat het onderzoek niet zorgvuldig was verricht, mede omdat zij niet aanwezig was tijdens het huisbezoek en de verklaring van de hoofdbewoner onvoldoende betrouwbaar zou zijn. Tevens overhandigde zij aanvullende verklaringen ter onderbouwing van haar woonplaats.
De Raad oordeelde dat de controleurs wel bevoegd waren en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verklaring van de hoofdbewoner werd als betrouwbaar beschouwd, mede omdat deze door appellante en haar zussen werd onderschreven. De aanvullende verklaringen van derden konden het oordeel niet wijzigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van studiefinanciering bevestigd.