ECLI:NL:CRVB:2016:947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onrechtmatig gebruik peilbaken en onvoldoende motivering voor november 2012
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme tip startte het dagelijks bestuur een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij onder meer waarnemingen vanaf de openbare weg en het gebruik van een peilbaken werden ingezet.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand in voor de periode van 24 augustus 2012, later beperkt tot 1 september tot en met 31 december 2012. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het gebruik van het peilbaken een onrechtmatige inbreuk op het recht op privéleven vormde, omdat de wettelijke grondslag en waarborgen ontbraken.
De Raad oordeelde dat de met het peilbaken verkregen gegevens als onrechtmatig bewijs buiten beschouwing moesten blijven. Voor de maanden september, oktober en december 2012 was er voldoende feitelijke grondslag voor de intrekking van de bijstand, maar niet voor november 2012. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd voor zover het de intrekking over november 2012 betreft.
Daarnaast werd het dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand over november 2012 wordt vernietigd wegens onrechtmatig verkregen bewijs en onvoldoende feitelijke grondslag.