ECLI:NL:CRVB:2016:941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- G.M.G. Hink
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en verzwegen inkomsten
Appellant ontving vanaf 23 april 2009 bijstand op grond van de WWB. Na anonieme meldingen startte de gemeente een onderzoek, waaruit bleek dat appellant meerdere bankrekeningen van zichzelf, zijn echtgenote en kinderen niet had gemeld, en inkomsten uit werkzaamheden, waaronder krantenbezorging, had verzwegen.
Het college stelde appellant in de gelegenheid om de gevraagde bankafschriften te overleggen, maar deze gegevens bleken onvolledig of ontbraken geheel. Het college besloot daarop de bijstand met ingang van 16 augustus 2012 op te schorten en later definitief in te trekken, met terugvordering van de onterecht ontvangen bijstand.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie en betrokken was bij de krantenbezorging, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en de kosten had teruggevorderd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering door het college worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.