Uitspraak
.Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Dezfouli. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 2004 een WAO-uitkering en toeslag. Uit een rapport van het UWV bleek dat appellant sinds oktober 2008 werkzaamheden verrichtte bij een restaurant en daar loon uit ontving, zonder dit te melden aan het UWV.
Het UWV herzag daarop de uitkering en toeslag met terugwerkende kracht en vorderde onterecht betaalde bedragen terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, deels gegrond verklaard voor de laatste maanden van de periode. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant zijn meldingsplicht had geschonden en het UWV terecht terugvorderde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de inkomsten aan de gemeente had doorgegeven en vertrouwde op doorgeleiding naar het UWV, wat volgens hem niet nodig was. Ook betwistte hij de juistheid van verklaringen in het frauderapport. De Raad oordeelde dat appellant een zelfstandige meldingsplicht had aan het UWV en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant werkzaamheden had verricht en inkomsten had ontvangen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering en toeslag bevestigd.