ECLI:NL:CRVB:2016:898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellant, een alleenstaande ouder met bijstand, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten, woninginrichting en vervanging van huishoudelijke apparaten. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was; de woning beschikte reeds over twee slaapkamers en de kinderen woonden al geruime tijd bij appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de kleine behuizing van zijn vorige woning de verhuizing noodzakelijk maakte en dat schulden hem verhinderden eerder te verhuizen. De Raad oordeelde dat het feit dat de kinderen al sinds 2011 bij appellant wonen en dat de woning twee slaapkamers had, niet leidt tot een noodzakelijke verhuizing. Schulden en betalingsverplichtingen rechtvaardigen ook geen bijzondere bijstand.
Verder werd vastgesteld dat de koelkast en het fornuis niet noodzakelijk vervangen hoefden te worden, omdat tijdens een huisbezoek een volledig ingerichte woning met een werkende koelkast werd aangetroffen. De Raad concludeerde dat de aanvraag voor bijzondere bijstand terecht was afgewezen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 maart 2016.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten en woninginrichting wordt afgewezen wegens ontbreken van noodzakelijkheid.