ECLI:NL:CRVB:2016:881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding en/of-rekening
Appellante ontving vanaf 19 februari 2008 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een vermogenssignaal ontdekte de gemeente Amsterdam dat appellante beschikte over een en/of-bankrekening die niet was gemeld. Na onderzoek en meerdere verhoren concludeerde het college dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door deze rekening niet te melden.
Het college trok de bijstand met ingang van 5 januari 2012 in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode van 19 februari 2008 tot en met 29 februari 2012. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat zij niet beschikte over de rekening en deze slechts beheerde voor een ander, maar de Raad oordeelde dat het feit dat zij een betaalpas had en daadwerkelijk over het tegoed kon beschikken, de schending van de inlichtingenplicht bevestigde. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel, disproportionaliteit en reformatio in peius faalden. De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van de en/of-rekening en wijst het hoger beroep af.