ECLI:NL:CRVB:2013:797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens bij en/of-rekening
Appellante ontvangt sinds 1996 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een signaal over haar vermogen heeft de sociale recherche van de gemeente Amsterdam onderzoek gedaan. Hierbij bleek dat appellante drie en/of-rekeningen had, waaronder een bij ABN AMRO met een saldo van €20.733 per 31 december 2009, die zij niet had opgegeven.
Het college besloot daarom de bijstand over de periode van 15 november 2004 tot en met 8 april 2010 in te trekken en de kosten van bijstand van €19.194 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het geld op de rekeningen toebehoorde aan haar zoon en dat zij niet over de gelden kon beschikken.
De Raad oordeelde dat het feit dat een rekening op naam van appellante staat, de veronderstelling rechtvaardigt dat het tegoed tot haar vermogen behoort, ook bij een en/of-rekening. Appellante slaagde er niet in te bewijzen dat zij niet over het tegoed kon beschikken. Het college hanteerde het beleid om het hoogste vermogen minus het vrij te laten vermogen terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen voor verdere matiging. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.