ECLI:NL:CRVB:2016:847
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herberekening periodieke uitkering wegens pensioenverevening ex-echtgenote
Appellant, een uitkeringsgerechtigde in het kader van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om herberekening van zijn periodieke uitkering en inkomstenkorting. Hij wilde zijn artsenpensioen verlagen met het bedrag dat hij maandelijks aan zijn ex-echtgenote betaalt op grond van een echtscheidingsconvenant uit 1990.
Verweerder wees dit verzoek af omdat de ex-echtgenote geen zelfstandige aanspraak heeft op het pensioen en de pensioenverstrekker het bedrag niet rechtstreeks aan haar uitbetaalt. Appellant voerde aan dat de Duitse pensioenwetgeving verevening niet toestaat en dat dit in strijd zou zijn met het vrije verkeer binnen de EU.
De Raad oordeelde dat het pensioen volledig in mindering moet worden gebracht op de uitkering zolang de ex-echtgenote geen zelfstandige aanspraak heeft. Het feit dat de pensioenverstrekker Duits is, maakt geen verschil omdat bij een Nederlandse verstrekker hetzelfde resultaat zou gelden. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herberekening van de uitkering wordt afgewezen.