ECLI:NL:CRVB:2016:787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling te laat ingediend bezwaar en herzieningsverzoek bijstand op grond van WWB
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar haar aanvraag werd in 2012 afgewezen omdat haar feitelijke woonsituatie niet kon worden vastgesteld. Zij diende later opnieuw een aanvraag in die werd toegekend. Vervolgens verzocht zij om herziening van het oorspronkelijke afwijzingsbesluit en maakte bezwaar tegen dat besluit, maar beide verzoeken werden door het college afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en het te laat indienen van het bezwaar.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar PTSS en psychische problematiek haar belemmerden tijdig bezwaar te maken, maar de Raad stelde vast dat de medische gegevens niet aannemelijk maken dat tijdig bezwaar maken niet van haar kon worden gevergd.
Ten aanzien van het herzieningsverzoek oordeelde de Raad dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het college verplichten het eerdere besluit te herzien. De diagnose PTSS werd niet als nieuw feit aangemerkt omdat de klachten al bestonden ten tijde van het oorspronkelijke besluit.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden besluiten worden bevestigd.