ECLI:NL:CRVB:2016:767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd in hoger beroep
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 38,69%. Het UWV besloot de uitkering te beëindigen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Dit besluit werd na bezwaar en beroep gehandhaafd, waarbij medisch en arbeidskundig onderzoek geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het gewijzigde besluit af, waarbij zij de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de geschiktheid van de geselecteerde functies onderschreef. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV zijn belastbaarheid onjuist had beoordeeld en dat een urenbeperking noodzakelijk was, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsartsen hadden de medische situatie zorgvuldig en gemotiveerd beoordeeld, en de arbeidsdeskundige had de passende functies adequaat onderbouwd. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.