Uitspraak
OVERWEGINGEN
3. Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, maar het college trok deze bijstand met terugwerkende kracht in vanwege het bezit van onroerende zaken in Turkije die niet waren gemeld, waardoor het vermogen de vermogensgrens overschreed.
Na een nieuwe aanvraag vroeg het college om een taxatie van de landbouwgronden in Turkije, welke appellanten niet binnen de gestelde termijn aanleverden. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de taxatie onmisbare informatie is voor de beoordeling van de bijstandsaanvraag en dat appellanten niet tijdig hadden gemeld dat zij de taxatie niet konden bekostigen. Bovendien was gebleken dat zij later alsnog een taxatie konden overleggen. Het college was niet verplicht zelf een taxatie te laten uitvoeren. De Raad concludeerde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot niet in behandeling nemen van de bijstandsaanvraag wegens het niet tijdig aanleveren van de taxatie van landbouwgronden.