ECLI:NL:CRVB:2016:70
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken bankafschrift en niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellant diende op 8 januari 2014 een aanvraag om bijstand in en gaf daarbij een woonadres op. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet alle gevraagde bankafschriften overlegde, wat essentieel is voor de beoordeling van de financiële situatie. Tevens stelde het college vast dat appellant niet woonachtig was op het opgegeven adres, wat leidde tot afwijzing van een nieuwe aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro vanwege het ontbreken van een cruciaal bankafschrift. De Raad verwierp het verweer van appellant dat hij het bankafschrift niet kon verkrijgen en dat terugvordering van voorschot tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden.
Ook het beroep op analoge toepassing van artikel 40, vierde lid, WWB, om af te zien van afwijzing wegens afwijking woonadres, faalde omdat appellant feitelijk niet op het opgegeven adres woonde. De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van het voorschot.