ECLI:NL:CRVB:2013:1034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting, intrekking en buiten behandeling laten aanvraag bijstand wegens niet verstrekken bankafschrift
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In het kader van een onderzoek naar de rechtmatigheid van zijn uitkering werd hij verzocht bankafschriften over te leggen. Appellant leverde niet tijdig het gevraagde bankafschrift nr. 8 aan, ondanks meerdere verzoeken en verlengingen van de termijn.
Het college schortte daarom de bijstand op en trok deze later in. Appellant diende een nieuwe aanvraag in, maar ook hierbij werd het ontbrekende bankafschrift niet binnen de gestelde termijn aangeleverd. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot opschorting, intrekking en het buiten behandeling laten van de aanvraag omdat het bankafschrift essentieel was voor de beoordeling van de bijstand en appellant geen gegronde redenen had voor het niet tijdig aanleveren.
De Raad verwierp het argument van appellant dat het college zelf een schatting had kunnen maken en dat de kosten van het opvragen van het bankafschrift te hoog waren. Ook was appellant gewezen op de mogelijkheid van internetbankieren. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De opschorting, intrekking van bijstand en het buiten behandeling laten van de aanvraag worden bevestigd wegens niet tijdig verstrekken van het gevraagde bankafschrift.