ECLI:NL:CRVB:2016:7
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht AIO-aanvulling bij onbekendheid wet
Appellante ontvangt ouderdomspensioen en kreeg een toeslag vanwege inwoning van B., die later niet meer bij haar woonde. De Sociale Verzekeringsbank trok de toeslag in over een bepaalde periode. Appellante vroeg vervolgens een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) aan, die werd toegekend met ingang van de aanvraagdatum. Zij maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van de bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Volgens vaste rechtspraak bestaat geen recht op bijstand met terugwerkende kracht vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Appellante voerde aan dat zij spoedig na het intrekkingsbesluit contact opnam en dat zij niet bekend was met het recht op AIO-aanvulling, maar deze gronden werden niet als bijzondere omstandigheden erkend.
De Raad oordeelt dat onbekendheid met de wet en de veronderstelling dat de toeslag al aanvullende bijstand was, geen reden vormen voor terugwerkende kracht. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van terugwerkende kracht bij de AIO-aanvulling.