ECLI:NL:CRVB:2016:586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet verstrekken verblijfadres dak- en thuisloze
Appellant heeft op 17 februari 2014 een aanvraag bijstand ingediend en aangegeven dak- en thuisloos te zijn, waarbij hij verschillende adressen als verblijfplaatsen noemde. Hij vulde zevendagenformulieren in en leverde een formulier in waarin hij zijn verblijfslocaties moest opgeven. Het college wees de aanvraag af omdat appellant geen concrete adressen had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde dat een aanvrager controleerbare gegevens over zijn verblijfplaats moet verstrekken. Appellant kon geen adressen opgeven vanwege het ontbreken van toestemming van vrienden en familie. Dit risico kwam voor zijn rekening. De bereidheid om op afspraak bij het Leger des Heils aanwezig te zijn was onvoldoende.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het college terecht de aanvraag heeft afgewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens niet verstrekken van verblijfadressen.