ECLI:NL:CRVB:2016:564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen naar gehuwdennorm bij samenwonen in het buitenland
Appellante, geboren in 1945, ontving een ouderdomspensioen op basis van de ongehuwdennorm. Na haar melding dat zij vanaf april 2013 samenwoonde met een partner in Spanje, herzag de Sociale verzekeringsbank (Svb) haar AOW-pensioen naar de gehuwdennorm. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de Svb werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de wettelijke regeling dwingendrechtelijk is en geen uitzonderingen kent in deze situatie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de strikte toepassing van de AOW-regeling onredelijk is, omdat haar partner een laag pensioen heeft en zij samenwoont in Spanje. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en verwees naar vaste jurisprudentie waarin wordt benadrukt dat de rechter niet mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen of billijkheid wanneer de wetgever een belangenafweging heeft gemaakt.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van de wettelijke regeling rechtvaardigen. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm wordt bevestigd.