ECLI:NL:CRVB:2016:559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als thuishulp en viel uit wegens pijn- en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch onderzoek en dossierstudie vast dat zij benutbare mogelijkheden heeft met beperkingen in staan, lopen en tillen, zonder urenbeperking. Het UWV weigerde daarom een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar klachten ernstiger waren, met sociaal en persoonlijk disfunctioneren, en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde het oordeel na aanvullende informatie van I-Psy en medische rapporten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het medisch onderzoek zorgvuldig.
In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten en overhandigde aanvullende medische stukken. De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat er geen nieuwe feiten waren die een andere beoordeling rechtvaardigden. De geselecteerde functies waren passend binnen de beperkbaarheid van appellante.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een deskundigenonderzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wijst haar hoger beroep af.