ECLI:NL:CRVB:2016:551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als heftruckchauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens nek-, schouder- en rugklachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat. Ook de arbeidsdeskundige vond de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat informatie van chiropractie-instellingen een hogere mate van beperkingen rechtvaardigde. De verzekeringsarts bezwaar en beroep reageerde gemotiveerd dat deze informatie geen aanleiding gaf tot aanscherping van de Functionele Mogelijkhedenlijst.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, de beperkingen niet waren onderschat en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.