ECLI:NL:CRVB:2016:548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toegenomen arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 43a WAO
Appellant, die sinds 1999 arbeidsongeschikt is met psychische en later rugklachten, heeft meerdere keren een WAO-uitkering aangevraagd en ontvangen. Na intrekking van de uitkering in 2007 wegens afname van arbeidsongeschiktheid, meldde appellant in 2012 toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees dit af omdat de toegenomen klachten niet uit dezelfde oorzaak voortvloeiden als de eerdere uitkering.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn rugklachten en voetpijn wel degelijk uit dezelfde oorzaak voortkomen, onderbouwd met medische verklaringen waaronder van een orthopedisch chirurg. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen voldoende gemotiveerd hadden dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat de medische rapporten deugdelijk en overtuigend zijn en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding geeft tot een ander standpunt. De vijfjaarstermijn en de eis van dezelfde oorzaak zijn correct toegepast, waardoor de afwijzing van de toegenomen arbeidsongeschiktheid wordt gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op toegenomen WAO-uitkering wegens ontbreken van toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak binnen vijf jaar.