ECLI:NL:CRVB:2016:546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als voedingsassistente, viel uit wegens diverse lichamelijke en psychische klachten waaronder pijnklachten, PTSS, depressie en borderline. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat haar beperkingen resulteerden in minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees daarom haar WIA-uitkering af.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld, met name door haar psychische aandoeningen en chronische rugklachten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep herzag de FML licht, maar concludeerde dat dit geen wijziging in geschiktheid van functies opleverde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar leverde geen nieuwe objectieve medische gegevens die haar stellingen ondersteunden. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat de geselecteerde functies binnen haar belastbaarheid vallen. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen WIA-uitkering ontvangt.