ECLI:NL:CRVB:2016:545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- L. Koper
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig veldmedewerkster thuishulp, meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep, waarbij verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen haar beperkingen onderzochten en concludeerden dat zij geschikt is voor geselecteerde functies.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid correct was vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en haar klachten niet juist waren gewaardeerd, met name over vermoeidheid en beperkingen bij frequent reiken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden in hoger beroep een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat het medisch onderzoek en de functionele beperkingen adequaat waren gemotiveerd. Er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat appellante niet arbeidsongeschikt genoeg is voor een WIA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen WIA-uitkering ontvangt.