ECLI:NL:CRVB:2016:519
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek samenloopaanvraag Wuv en Wubo met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant diende in december 2002 een samenloopaanvraag in voor aanspraken op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Beide aanvragen werden in juni 2003 afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vrijheidsberoving en internering tijdens de Japanse bezetting. In juli 2012 verzocht appellant om herziening, stellende dat er fouten waren gemaakt omtrent de identiteit van zijn vader.
De Raad beoordeelde het herzieningsverzoek en concludeerde dat de overgelegde persoonskaart onvoldoende bewijs leverde voor vervolging of internering van appellant of zijn vader. Er werd geen aanleiding gezien voor nader medisch onderzoek of gelijkstelling met de vervolgde. Ook het onderzoek naar relatiedossiers bevestigde de gestelde internering niet.
Appellant vorderde daarnaast een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad stelde vast dat de totale procedure langer dan twee en een half jaar had geduurd, met een overschrijding van bijna drie maanden in de rechterlijke fase. Op grond hiervan werd een vergoeding van € 500,- toegekend.
De Raad verklaarde het beroep tegen de afwijzende besluiten ongegrond en veroordeelde de Staat tot betaling van de schadevergoeding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzende besluiten wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.