ECLI:NL:CRVB:2016:5143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening bijstandsnorm woningdeling met bloedverwant
Verzoekster heeft op 1 maart 2013 een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na aanvankelijke afwijzing kende het college van burgemeester en wethouders van Emmen haar bijstand toe volgens de norm voor een alleenstaande, verhoogd met 10% toeslag vanwege woningdeling met haar moeder.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van verzoekster gegrond en bepaalde dat zij recht had op een toeslag van 20% van de gehuwdennorm. De Raad vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de woonruimte niet als zelfstandige woonruimte kon worden beschouwd en dat verzoekster de kosten van levensonderhoud kan delen.
Verzoekster vroeg herziening aan met het argument dat zij geen gezamenlijke huishouding voert met haar moeder, een bloedverwant in de eerste graad, op grond van artikel 3, tweede lid, onder a, WWB. De Raad oordeelde dat dit argument geen nieuw feit of omstandigheid betreft en dat herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak.
Daarom wees de Raad het verzoek om herziening af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de bijstandsnorm wordt afgewezen.