ECLI:NL:CRVB:2016:5137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene bijstand en bedrijfskapitaal op grond van Bbz 2004 wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant, eigenaar van een eenmanszaak gericht op export van tweedehands massief houten meubelen naar Marokko, vroeg algemene bijstand en bedrijfskapitaal aan op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende levensvatbaarheid van het bedrijf, gebaseerd op een advies van het Instituut voor Midden- en Kleinbedrijf (IMK).
Het IMK concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar is omdat het ondernemingsplan onvoldoende onderbouwd was, met name door het ontbreken van concrete prijsafspraken en betalingsvoorwaarden in de intentieverklaring, het ontbreken van medewerking van appellant aan het onderzoek en onzekerheden over de marktontwikkeling in Marokko. Het advies was zorgvuldig en objectief opgesteld.
Appellant voerde onder meer aan dat er sprake was van opgewekt vertrouwen door een medewerker van de gemeente en dat het advies van het IMK onzorgvuldig was. De Raad verwierp deze gronden, oordeelde dat het college terecht het advies van het IMK heeft gevolgd en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag algemene bijstand en bedrijfskapitaal wordt afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar is.