ECLI:NL:CRVB:2016:5136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens ontbreken briefadres zonder onderzoek verblijfplaats
Appellant, een dakloze die bijstand ontving ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) voor adreslozen, werd vanaf 5 augustus 2013 niet langer ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van Almere omdat hij geen briefadres meer had. Het college trok daarop het recht op bijstand met ingang van die datum in, omdat appellant niet had gemeld waar hij verbleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het college geen onderzoek had gedaan naar zijn feitelijke verblijfplaatsen en hem niet de gelegenheid had gegeven deze op te geven. De Raad oordeelde dat het college niet vol kon staan met de constatering dat appellant geen briefadres had en daardoor niet meer in de BRP stond ingeschreven.
De Raad benadrukte dat ook voor adreslozen de feitelijke woon- en leefsituatie doorslaggevend is voor het recht op bijstand. Het college had de bewijslast en had appellant de mogelijkheid moeten bieden controleerbare gegevens te verstrekken. Omdat het college dit naliet, vernietigde de Raad het bestreden besluit en herroept het besluit tot intrekking van de bijstand. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende onderzoek naar de feitelijke verblijfplaats van appellant.