ECLI:NL:CRVB:2016:5083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de aanvraag af. Appellant meldde later een verslechtering van zijn gezondheid door dezelfde ziekteoorzaak, een psychotische stoornis, en vroeg opnieuw een WIA-uitkering met ingang van 17 september 2013.
Het UWV wees deze aanvraag af omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak. Medische rapporten en verklaringen werden beoordeeld, waaronder een verzekeringsarts en een psychologisch onderzoek. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat er geen objectieve medische onderbouwing was voor toegenomen psychische beperkingen.
Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, waaronder verwijzing naar alcoholverslaving en medische documenten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere beoordeling en oordeelde dat de psychische beperkingen niet toegenomen waren en dat de ziekteoorzaak niet hetzelfde was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.