ECLI:NL:CRVB:2016:5082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering ondanks bezwaar arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 8 maart 2011 wegens een TIA arbeidsongeschikt gemeld. Het UWV kende haar op basis van een verzekeringsarts- en arbeidsdeskundigenrapport een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 71,79%.
Appellante stelde bezwaar in tegen het besluit en voerde aan dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en daarom recht heeft op een IVA-uitkering. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst op met een urenbeperking tot zes uur per dag, waarna het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat zij vond dat de geschiktheid voor een specifieke functie onvoldoende was toegelicht, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het UWV juist en voldoende onderbouwd zijn.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, omdat appellante geen nieuwe medische stukken had overgelegd die haar standpunt konden onderbouwen. De Raad achtte de functie van medewerker bibliotheek passend en zag geen reden tot wijziging van het besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd.