ECLI:NL:CRVB:2016:5066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding therapeutische reis wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wuv, verzocht om vergoeding van kosten voor een therapeutische reis naar Indonesië met begeleiding. De Sociale Verzekeringsbank wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een medische noodzaak.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellant dat de afwijzing onterecht was, maar de Raad overwoog dat vergoeding alleen mogelijk is bij strikte medische noodzaak, waaronder het bestaan van onverwerkt verdriet, een behandelplan en evaluatie na afloop.
Appellant voldeed niet aan deze voorwaarden; er was geen sprake van een therapeutische behandeling en appellant had geen wens tot behandeling. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding voor de therapeutische reis blijft in stand.