Uitspraak
14.5544 WWB
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen sinds 1985 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college ontving in januari 2012 een anonieme tip over het bezit van onroerend goed in Marokko en mogelijke drugshandel. Na onderzoek door het Internationaal Bureau Fraude Informatie (IBF) en de Nederlandse ambassade in Rabat bleek dat appellant eigenaar was van een appartement en een woning in Marokko, met een gezamenlijke waarde van ruim €235.000.
Het college trok de bijstand per 1 januari 2003 in en vorderde €63.987,02 terug wegens het niet melden van dit vermogen, dat de vrij te laten grens overschreed. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat zij geen tolk konden inschakelen en dat de IBF-stukken niet gelegaliseerd waren.
De Raad oordeelde dat het inschakelen van een tolk de verantwoordelijkheid van appellanten was en dat niet-gelegaliseerde stukken wel als bewijs konden dienen. De onderzoeksverslagen waren authentiek en toonden het bezit aan. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij niet over het vermogen konden beschikken. De rechtbank mocht getuigenoproepen weigeren en de anonieme tipgever werd niet als relevant bewijs gezien.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.