Appellant, werkzaam als koelwagenchauffeur, meldde zich in januari 2012 ziek met griep en bleef arbeidsongeschikt vanwege hoofdpijnklachten. Hij vroeg in september 2013 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze in november 2013, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen, waaronder chronische hoofdpijn, tinnitus, moeheid en geheugenproblemen, onderschat waren. Hij overhandigde een rapport van Heliomare uit 2015 dat een verminderde belastbaarheidsduur aantoonde. De Raad oordeelde echter dat dit rapport niet relevant was voor de datum van de beslissing in 2014 en dat de eerdere medische beoordelingen voldoende waren gemotiveerd en onderbouwd.
De Raad bevestigde dat er geen aanwijzingen waren dat appellant zwaarder beperkt was dan vastgesteld en wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.