ECLI:NL:CRVB:2016:50
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere ontheffing arbeidsverplichtingen WWB wegens ontbreken dringende redenen
Appellant ontvangt sinds 1 maart 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. Het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn legde appellant op basis van een medisch rapport arbeidsverplichtingen van 30 uur per week op, omdat hij ondanks psychische en gedragsmatige beperkingen arbeid kon verrichten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen zodanig ernstig zijn dat hij volledig ontheven had moeten worden van arbeidsverplichtingen. Hij verwees naar eerdere rapportages en brieven van psychiaters en psychologen die zijn psychische klachten onderbouwen.
De Raad oordeelt dat het recente medisch advies van april 2013, waarin staat dat appellant 30 uur per week kan werken, leidend is. De oudere rapportages zijn niet relevant voor de situatie per 17 april 2013. De Raad bevestigt dat het college terecht heeft geweigerd verdere ontheffing te verlenen omdat geen dringende redenen zijn aangetoond.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot verdere ontheffing van arbeidsverplichtingen wegens ontbreken van dringende redenen.