ECLI:NL:CRVB:2016:4992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- P. Vrolijk
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over mate arbeidsongeschiktheid per 14 januari 2013
Appellante stelde dat zij op 14 januari 2013 meer beperkingen ondervond dan het UWV had vastgesteld en dat de geselecteerde functies niet passend waren. Zij verwees naar medische gegevens van haar huisarts en specialisten die ernstige vermoeidheid en recidiverende pijnlijke zwellingen beschreven.
Het UWV baseerde het bestreden besluit op een rapport van de verzekeringsarts en een arbeidsdeskundig rapport waarin werd geconcludeerd dat appellante in staat was tot lichte, hoofdzakelijk zittende werkzaamheden gedurende ongeveer vier uur per dag. De verzekeringsarts vond geen aanleiding om de beperkingen groter in te schatten dan reeds was gedaan.
De Raad overwoog dat appellante geen objectieve onderbouwing leverde voor een hogere mate van beperkingen dan vastgesteld. De geselecteerde functies waren medisch en arbeidskundig overtuigend toegelicht en actueel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 december 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante per 14 januari 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was.