Uitspraak
27 juli 2015, 15/1483 (aangevallen uitspraak)
CAK
OVERWEGINGEN
24 maanden. CAK heeft hiervoor verwezen naar de artikelen 11a en 16g van het Bbz en artikel 4.4a, eerste lid, van het Bmo.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving in 2013 zorg zonder verblijf op grond van de AWBZ en een voorziening op grond van de Wmo. Het CAK stelde aanvankelijk de maximale periodebijdrage voor 2013 vast op €126,01 per vier weken. Na ontvangst van gewijzigde inkomensgegevens van de Belastingdienst in september 2014, waarbij de grondslag sparen en beleggen aanzienlijk hoger bleek, herzag het CAK de bijdrage naar €192,28 per vier weken met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening en voerde aan dat de herziening pas vanaf het moment van bekendwording van de gewijzigde gegevens had moeten ingaan, niet met terugwerkende kracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het CAK de herziening binnen de wettelijke termijn van 24 maanden heeft uitgevoerd, zoals voorgeschreven in artikel 11a van het Bbz en artikel 4.4a van het Bmo. De Raad vond dat de terugwerkende kracht tot het begin van 2013 rechtmatig was, omdat de gewijzigde gegevens pas later bekend werden en de herziening tijdig is doorgevoerd.
De Raad concludeerde dat het beroep van appellante niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herziening van de eigen bijdrage met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 rechtmatig is.