ECLI:NL:CRVB:2016:4983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig kamermeisje, meldde zich ziek vanwege voetklachten en heeft daarnaast diabetes mellitus en hypertensie. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep, waarbij medische rapporten en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werden opgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Ook de arbeidskundige beoordeling toonde aan dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten onvoldoende in de FML waren verwerkt, met verwijzing naar nieuw medisch bewijs. De Raad oordeelde dat deze stukken geen aanleiding geven tot twijfel aan de eerdere medische beoordeling. De arbeidskundige onderbouwing bleef eveneens onbetwist.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.