ECLI:NL:CRVB:2016:4938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.M. Overbeeke
- W.H. Bel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens onrechtmatig huisbezoek zonder informed consent
Appellant ontving sinds 2009 bijstand op grond van de WWB. Na een ziekmelding door een neef en een eerder huisbezoek waarbij een andere man in de woning werd aangetroffen, legden handhavingsconsulenten een huisbezoek af op 8 maart 2013. Appellant weigerde medewerking en het formulier voor informed consent te tekenen, waarop het college de bijstand introk.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, stellende dat ondanks het ontbreken van een redelijke grond voor het huisbezoek, appellant een medewerkingsverplichting had en deze onvoldoende was nagekomen. In hoger beroep betoogde appellant dat niet alleen een redelijke grond ontbrak, maar ook dat informed consent ontbrak.
De Raad oordeelde dat bij aanvang van het huisbezoek geen redelijke grond bestond en dat appellant niet volledig en juist was geïnformeerd over het doel en de gevolgen van het huisbezoek, waardoor sprake was van een inbreuk op het huisrecht. Daarom moest de verklaring van appellant bij aanvang buiten beschouwing blijven. De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept de intrekking van de bijstand per 8 maart 2013.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. Hiermee werd het recht op bijstand hersteld en het onrechtmatige besluit teruggedraaid.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 8 maart 2013 wordt herroepen wegens ontbreken van redelijke grond en informed consent bij het huisbezoek.