ECLI:NL:CRVB:2016:4936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening bijzondere bijstand
Appellant ontving op 22 februari 2014 een besluit tot toekenning van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor huurkosten. Het college stelde later vast dat deze lening terugbetaald moest worden. Appellant diende op 9 mei 2014 een bezwaarschrift in tegen beide besluiten, maar dit was buiten de wettelijke termijn van zes weken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond wegens te late indiening en het beroep tegen het tweede besluit niet-ontvankelijk. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het eerste besluit niet had ontvangen en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege dakloosheid en een technische storing bij zijn advocaat.
De Raad stelde vast dat appellant de ontvangst van het besluit niet langer betwistte en dat de termijn voor bezwaar op 22 februari 2014 was begonnen. De Raad oordeelde dat de omstandigheden van appellant en de technische storing niet voldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, aangezien de advocaat tijdig kennisnemen voor rekening van appellant komt.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het bezwaar zonder verschoonbare reden.