Uitspraak
OVERWEGINGEN
20 januari 2011 en op 15 december 2014 heeft gezien wegens een sinus pilonidas en appellant op beide data heeft doorverwezen naar de poli chirurgie.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek wegens recidief sinus pilonidalis na het einde van zijn dienstverband. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek vast dat appellant per 16 februari 2015 niet langer recht had op ziekengeld. Dit besluit werd in bezwaar en beroep bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, met pijnklachten en frequente ontstekingen. De Raad beoordeelde de medische gegevens, waaronder het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor een acute ontsteking of volledige arbeidsongeschiktheid op de beslissingsdatum.
De Raad achtte het besluit van het UWV terecht en vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn klachten zodanig ernstig waren dat hij volledig arbeidsongeschikt was. De medische informatie van de huisarts was niet relevant voor de situatie op 16 februari 2015. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellant wordt per 16 februari 2015 beëindigd wegens onvoldoende bewijs van volledige arbeidsongeschiktheid.