ECLI:NL:CRVB:2016:4854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens te laat verschijnen op verplichte groepsbijeenkomsten
Appellant ontvangt sinds 1 april 2013 bijstand op grond van de Participatiewet en is verplicht deel te nemen aan werk- of scholingsbijeenkomsten. Het college legde hem op om vanaf 16 februari 2015 tweewekelijkse groepsbijeenkomsten bij te wonen. Appellant verscheen op 16 maart, 30 maart en 13 april 2015 te laat.
Het college verlaagde daarom bij besluit van 20 april 2015 de bijstand met 100% voor één maand, een maatregel die gehandhaafd bleef na bezwaar. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een onjuist toetsingskader, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit van 2 februari 2015, waarin de verplichting werd opgelegd, niet kenbaar was als besluit waartegen bezwaar kon worden gemaakt.
De Raad oordeelt dat het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing het besluitkarakter niet aantast en dat appellant geen bezwaar heeft gemaakt, waardoor het besluit onaantastbaar is geworden. De Raad bevestigt dat appellant verplicht was deel te nemen en dat het college terecht de bijstand heeft verlaagd wegens verwijtbaar te laat komen. Medische beperkingen zijn onvoldoende onderbouwd om het verwijt weg te nemen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor één maand wegens te laat verschijnen op groepsbijeenkomsten wordt bevestigd.