ECLI:NL:CRVB:2016:4853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet verschijnen op re-integratiegesprek ondanks vakantie in Nederland
Appellant ontvangt bijstand en verleent mantelzorg aan zijn moeder. Hij werd uitgenodigd voor een gesprek over re-integratie, vrijwilligerswerk en een persoonsgebonden budget, maar verscheen niet omdat hij op vakantie was in Nederland en dit niet had gemeld. Het college verlaagde daarom zijn bijstand met 30% voor één maand als maatregel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college terecht de maatregel oplegde. Appellant stelde in hoger beroep dat het college een onverbindende verordening toepaste en dat hij niet kon worden verweten niet te zijn verschenen, omdat hij op vakantie was en dit niet hoefde te melden.
De Raad oordeelde dat de verordening geldig was en dat de verplichtingen tijdens vakantie in Nederland doorlopen tenzij tijdig gemeld. Appellant had zijn vakantie niet gemeld en kon dus niet verwachten dat zijn verplichtingen waren opgeschort. Daarom was de maatregel terecht opgelegd en werd het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 30% voor één maand wordt bevestigd wegens het niet verschijnen op het re-integratiegesprek zonder geldige reden.