ECLI:NL:CRVB:2016:4839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel en arbeidsgeschiktheid schoonmaker
Appellant was werkzaam als schoonmaker en meldde zich ziek met oogklachten. Na medisch onderzoek, waaronder expertise door Bartimeus en een arbeidsdeskundige, concludeerde het UWV dat appellant voldoende belastbaar was om zijn maatgevende arbeid te hervatten. Het UWV beëindigde daarom de Ziektewetuitkering per 4 november 2014.
Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de rechtbank oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende medische informatie had overgelegd om het oordeel te weerleggen. Appellant overwoog in hoger beroep dat zijn situatie ernstiger was en overhandigde aanvullende medische informatie van het oogziekenhuis Zonnestraal.
De Raad volgde de verzekeringsarts bezwaar en beroep die stelde dat de aanvullende informatie geen nieuwe afwijkingen bevatte en geen aanleiding gaf tot herziening van het eerdere standpunt. De angst van appellant voor verlies van zijn goede oog werd als invoelbaar erkend, maar maakte hem medisch niet ongeschikt voor zijn werk. De Raad bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt terecht beëindigd omdat hij medisch gezien geschikt is voor zijn maatgevende arbeid.