ECLI:NL:CRVB:2016:4700

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 december 2016
Publicatiedatum
8 december 2016
Zaaknummer
15/5403 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling werkervaringseis bij bevordering generalist naar senior GGP binnen politie

Betrokkene, werkzaam als generalist Gebiedsgebonden Politie (GGP), verzocht om bevordering naar senior GGP. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen wegens zwaarwegend dienstbelang en later opnieuw afgewezen omdat betrokkene niet voldeed aan de vereiste van minimaal drie jaar werkervaring als generalist GGP per 31 december 2012.

De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de werkervaringseis mogelijk verkort kon worden bij excellent presteren. De korpschef stelde zich hiertegen in hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de werkervaringseis van drie jaar binnen de redelijke beleidsbepaling valt en dat verkorting bij excellent presteren niet is opgenomen voor de bevordering van generalist naar senior GGP. Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de korpschef ongegrond en vernietigt het besluit van 21 september 2015.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het loopbaanbeleid strikt moet worden gevolgd en dat afwijking van de werkervaringseis niet is toegestaan bij deze specifieke bevordering.

Uitkomst: Het beroep van de korpschef wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van bevordering wordt gehandhaafd.

Uitspraak

15/5403 AW, 15/6688 AW
Datum uitspraak: 8 december 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
8 juli 2015, 15/446 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de korpschef van politie (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Appellant heeft op 21 september 2015 ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar (nader besluit) genomen en dit besluit aan de Raad gezonden. Namens betrokkene heeft mr. H. Yildiz hierop een zienswijze gegeven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2016. Partijen zijn niet verschenen
.

OVERWEGINGEN

1.1.
Betrokkene was werkzaam in de functie van generalist Gebiedsgebonden Politie (GGP) bij de voormalige politieregio [naam politieregio], thans de Eenheid [naam eenheid].
1.2.
Als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007 is op
1 november 2010 de circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche (circulaire) in werking getreden (Stcrt. 2010, 19782). Één van de te harmoniseren onderwerpen is het in bijlage 6 van de circulaire opgenomen ‘Loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior in de GGP’ (loopbaanbeleid). Dit loopbaanbeleid is de vastlegging van de binnen de politie gemaakte collectieve afspraken ten aanzien van de mogelijkheden tot bevordering van ambtenaren binnen de GGP naar een volgend niveau of functie. Vermeld is dat het loopbaanbeleid vanaf 1 november 2010 geldt voor alle medewerkers van de Nederlandse Politie, dat de Raad van korpschefs i.o. zich aan de circulaire heeft geconformeerd en dat het bevoegd gezag deze circulaire dient te volgen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. Het loopbaanbeleid voor bevordering van generalist GGP naar senior GGP is met ingang van 1 januari 2013 beëindigd.
1.3.
Voorts is in het loopbaanbeleid vermeld dat aan de bevordering naar een hogere functie voorwaarden zijn verbonden, waaronder werkervaring en beoordeling. Het aantal werkervaringsjaren is een landelijke afspraak en is op drie jaar gesteld. Bij excellent presterende medewerkers kan het bevoegd gezag besluiten om het aantal werkervaringsjaren te verkorten. Voor de stap van generalist GGP (schaal 7) naar senior GGP (schaal 8) geldt de landelijke afspraak over het aantal werkervaringsjaren niet. In dat geval is in het loopbaanbeleid onder meer opgenomen dat het bevoegd gezag bepaalt aan de hand van onder meer relevante werkervaring en vakmanschap, blijkend uit een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen de verwachte geschiktheid voor senior GGP, of de medewerker geplaatst kan worden als senior GGP. In april 2013 zijn door de Adviescommissie Loopbaanbeleid GGP van het Centraal Georganiseerd Overleg Politie (CGOP) nadere uitvoeringsafspraken vastgesteld.
1.4.
Nadat binnen de Eenheid [naam eenheid] aanvankelijk verzoeken om bevordering wegens zwaarwegend dienstbelang werden afgewezen, is op 7 februari 2013 in een overleg van het CGOP besloten dat alle voor 1 januari 2013 ingediende aanvragen (opnieuw) in behandeling worden genomen conform de circulaire. Voorts zijn met de ondernemingsraad nadere afspraken vastgesteld ter uitwerking van het vereiste van relevante werkervaring. Deze en andere afspraken zijn vastgelegd in een beleidsdocument van 26 november 2013 (beleidsdocument) dat vervolgens bij brief van dezelfde datum binnen de Eenheid [naam eenheid] bekend is gemaakt. Het beleidsdocument luidt, voor zover van belang, als volgt: “Generalisten GGP (hoofdagenten) in de eenheid [naam eenheid] moeten op 31-12-2012 tenminste drie jaar werkervaring hebben als generalist schaal 7 in de GGP”.
1.5.
Betrokkene heeft op 3 november 2012 verzocht om bevordering op grond van het loopbaanbeleid. Dit verzoek is in eerste instantie bij besluit van 14 november 2012 afgewezen wegens zwaarwegend dienstbelang. Bij besluit van 19 maart 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 15 december 2014 (bestreden besluit), heeft appellant het verzoek om bevordering opnieuw in behandeling genomen en alsnog afgewezen op de grond dat betrokkene op 31 december 2012 niet voldeed aan het in het beleidsdocument opgenomen vereiste van ten minste drie jaar werkervaring als generalist GGP.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar met inachtneming van haar uitspraak. Daartoe heeft de rechtbank, kort samengevat, overwogen dat appellant zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat uit het loopbaanbeleid volgt dat ook voor de bevordering tot senior GGP de eis van drie jaar werkervaring als generalist GGP geldt, die kan worden verkort bij een excellent presterende medewerker. Appellant heeft hiermee een te strikte uitleg gegeven aan het loopbaanbeleid en heeft ten onrechte niet beoordeeld of er, gegeven de specifieke werkervaring van de aanvrager, aanleiding is om tot een andere, in het geval van betrokkene kortere, periode te komen.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep op hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. Bij het nader besluit heeft appellant het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De Raad zal het nader besluit op grond van het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, in verbinding met artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, mede in de beoordeling betrekken.
5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
5.1.
Appellant heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij op grond van het loopbaanbeleid had dienen te bezien of er aanleiding was om af te wijken van de eis van drie jaar werkervaring. Dit betoog slaagt. De Raad verwijst naar zijn uitspraak van 7 juli 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:2541). Hierin is geoordeeld dat appellant met het in het beleidsdocument opgenomen vereiste van ten minste drie jaar werkervaring als generalist GGP binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven. De Raad heeft in die uitspraak tevens geoordeeld dat in het loopbaanbeleid de mogelijkheid van verkorting van het vereiste aantal werkervaringsjaren bij excellent presteren niet is opgenomen voor de bevordering van generalist GGP (schaal 7) naar senior GGP (schaal 8).
5.2.
Uit 5.1 volgt dat het hoger beroep van appellant slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking. Aan het nader besluit van 21 september 2015 komt dus de grondslag te ontvallen, zodat dit voor vernietiging in aanmerking komt.
6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond;
- vernietigt het besluit van 21 september 2015.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van
J. Smolders als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2016.
(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans
(getekend) J. Smolders

HD