ECLI:NL:CRVB:2016:4694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankrekeningen
Appellante ontving bijstand sinds 2003 en werd in 2013 door de gemeente Den Haag onderzocht nadat bleek dat zij twee onbekende bankrekeningen op haar naam had. De gemeente herzag de bijstand over de periode juli 2012 tot februari 2014 en vorderde €11.506,14 terug wegens niet gemelde inkomsten via deze rekeningen.
Appellante stelde dat de rekeningen voor haar vriendin waren geopend en dat zij geen beschikking had over de tegoeden, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de stortingen als inkomen moeten worden beschouwd en dat de inlichtingenplicht was geschonden.
Verder wees de Raad het verzoek af om een getuige te horen wegens te late indiening en goede procesorde. Ook vond de Raad geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, ondanks de financiële situatie van appellante. De uitspraak bevestigt de terugvordering en herziening van de bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde bankrekeningen.